—  Roland Jooris


Karel Dierickx
schildert
« met niets
dan tijd ».





In zijn penseelvoering tracht hij het vergaan te bestendigen, probeert hij vat te krijgen op de vergankelijkheid, legt hij de sterfelijke schoonheid van het verwelken vast.
Het is alsof hij schildert met en tegen het verloop van de tijd, alsof hij duur en duurzaamheid met elkaar wil verzoenen, alsof hij het efemere tijdloos wil maken. Zijn verlangen naar tijdloosheid schakelt toeval en kwetsbaarheid niet uit.
Schilderen is voor hem een nooit eindigend proces. De verfhuid getuigt van een talmende en zichzelf corrigerende beslistheid. Elke toets, elke penseelstreek lijkt wel met de ingehouden adem van het weifelende moment aangebracht. Het is pijnigend peilen naar de diepte in het vlak van de picturale verwondering.

De schilderijen van Karel Dierickx hebben een sterk tactiel karakter. Niet zelden heeft men de indruk dat een vlek of een toets met zijn vingers of zijn duim zijn neergezet. Men zou het als een vorm van boetserend schilderen kunnen beschouwen: de schilder die tijdens de verfaanbreng plots niet kan weerstaan aan de afdruk van een peinzende lichamelijkheid.

Karel Dierickx als de schilder van het licht dat zich verscholen houdt, als de schilder van het nu eens oplichtend dan weer tanend of verzonken wit.


Karel Dierickx als de schilder van de verwijdering. Zijn verfstreken brengen die verwijdering dichterbij in de tastende en zoekende sporen van het penseel, in het giftig mengsel van belegen paarsen, verstorven okers en vertrappeld groen.


Op het papier voelt hij zich vrij. Hij schept er een zich vervagende herkenbaarheid achter de schijnbaar losgewerkte stippen, strepen, krassen en vegen, achter de dekkende partijen. Zijn hand nestelt zich als een vogel in zijn naar geborgenheid speurende lijnen of ze vliegt weg naar onbestemde plekken op het blad.
Met gouache, pastel of vet krijt krijgen zijn tekeningen een onmiskenbaar picturale geladenheid. Eigenlijk maakt hij geschilderde tekeningen. Zoals ook zijn sculpturen in hem verraden. Men voelt de toetsen van zijn tonalisme op de bronzen huid van zijn beelden.

Het zijn in klei geknede monddode gesloten aanwezigheden.
Ze ademen een in de hand gestolde en bedwongen treurnis:
Een hoofd dat blind van kijken zich naar binnen keert…
Een vogel gevangen in de gestrekthei van zijn rijzige gedaante, in de hunkering naar de hoogte van zijn verlangen …





Copyright (©) 2019  |  Karel Dierickx
Fotografie  —  Lieven Herreman, Dirk Vermeirre, Jules Vandevelde, Herman Selleslags, Dominique Provost, Sara Martens en uit het archief van Karel en vrienden. Met dank aan Thomas Soete, Guido De Bruyn, Bernard Dewulf, Roland Jooris en Stefan Hertman
Update augustus 2019